Vinkjes overleven het Grote Vinkjedebat

vink stoplichtDe vinkjes – die blauwe met een groene rand en die blauwe met een blauwe rand – zorgen voor veel verwarring. Daarover was vrijwel iedereen het eens tijdens het Grote Vinkjedebat, 21 april in Leiden. De directeur van het Voedingscentrum gaf slechts een 3 voor duidelijkheid. En toch werd niet onomwonden geconcludeerd dat die vinkjes beter kunnen verdwijnen.

Duidelijk toch?

Nog één keer voor de duidelijkheid: een blauw vinkje met groene rand wil zeggen ‘dit is een nuttig product dat je prima kunt eten’. Een blauw vinkje met blauwe rand wil zeggen ‘dit is geen nuttig product, maar in zijn soort niet het slechtste’. Duidelijk toch?
Hoewel - een appel, tomaat of krapje sla krijgt nooit een vinkje. En een fabrikant die perfect voedsel levert maar geen geld wil verspillen aan een vinkje, krijgt ook geen vinkje.

Alle producten een logo

Dus als een vinkje, of een ander waarderingslogo, nut wil hebben, dan moeten álle producten een groen of blauw of misschien ook nog rood vinkje krijgen. Maar wie kan daartoe verplichten? ‘De overheid’, constateerden de discussianten. En die wil dat niet, want deze neo-liberale regering wil liefst helemaal niks verplichten voor het bedrijfsleven.

Stoplichtsysteem

Tijdens het debat bleek er veel meer waardering voor een ‘stoplicht-systeem’: elk product krijgt een groen, een geel of een rood kenmerk. Waarbij rood betekent: beter niet eten, vooral niet vaak. Die drie kleuren kunnen dan apart worden vermeld voor de hoeveelheden energie, suiker, zout vet en verzadigd vet.

Maar of de twee blauwe vinkjes over een jaar nog bestaan - daarover is helemaal niets zeker.