Een merk - dan weet je wat je hebt

Voedingsmiddelenbedrijven verdienden vroeger vooral goed geld door prima producten te maken. Nu kunnen ze vooral goed verdienen door hun merknaam op een product te plakken - het produceren kunnen ze desnoods aan een ander overlaten.

Constante kwaliteit

peer-merkKernpunt van een merkproduct is dat het doorgaans van een goede en vooral constante kwaliteit is - je weet vooraf wat je krijgt.

Merkwaardig genoeg geldt dat níet voor de allerbeste voedingsmiddelen die te koop zijn: verse groenten en fruit. Die zijn wel goed, maar om 'natuurlijke' redenen niet exact constant van kwaliteit. De ene keer smaakt een appeltje of peer nog lekkerder dan een andere keer.

Huismerk

Supermarkts zijn 'slechts' de verkopers van producten. Vaak hebben ze ook hun eigen merkproducten, onder eigen huismerk. Maar het échte merk van bijvoorbeeld Albert Heijn is ... Albert Heijn zelf. En dat geldt net zo goed voor Dirk van den Broek of Jumbo of Lidl. Vooral de kwalitatief beter supermarktketens willen met hun naamsbekendheid zeggen: 'consument, alles wat u bij ons koopt is goed, daar staan wij garant voor'.

Miljarden waard

Een sterk merk is veel geld waard – er kunnen miljarden mee gemoeid zijn. Daar weten fabrikanten handig gebruik van te maken. Neem bijvoorbeeld Blue Band, tientallen jaren bekend als simpele margarine. Later kwam Unilever, moedermaatschappij van Blue Band, ook met andere broodsmeersels en halverwege 2003 bovendien met producten als crème fraiche. Dat waren compleet nieuwe producten. Maar in plaats van een heel dure introductiecampagne voor een nieuw merk, plakte producent Unilever op die nieuwe producten gewoon 'Blue Band'.

Is Unilever een merk?

Die grap kan Unilever ook met andere producten uithalen. Vooral omdat het zijn aantal merken zeer sterk verminderde. Heel bekende merken zijn naast Blue Band ook Knorr, Unox, Iglo en nog veel meer (kijk bij Unilever). Maar 'Unilever' zelf is amper een merk - al maakt Unilever daar de laatste jaren wel werk van.

Merk wordt bedrijfsnaam

Unilevers grote concurrent Nestlé bijvoorbeeld verwerkt soms de bedrijfsnaam in een merknaam voor diverse producten, bijvoorbeeld Nescafé koffie, of Nespresso. En de grote Franse (zuivel)onderneming BSN wijzigde zijn naam in Danone, omdat zijn zuivelmerk met die naam zo succesvol was.